ECLI:NL:RBDHA:2023:11727
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens reeds beslist verzet
In deze bestuursrechtelijke zaak hebben verzoekers een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hun asielaanvragen niet in behandeling te nemen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling. Verzoekers hadden eerder beroep ingesteld tegen dit besluit, dat door de rechtbank kennelijk ongegrond werd verklaard op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
Tegen deze uitspraak is verzet ingesteld door verzoekers, en zij vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met het verzet op 3 augustus 2023 behandeld.
De rechtbank heeft inmiddels in een andere uitspraak op hetzelfde moment het verzet behandeld en beslist, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af en bepaalt dat verzoekers geen proceskostenvergoeding ontvangen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het verzet reeds is behandeld en beslist.