ECLI:NL:RBDHA:2023:11720
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-zaak verblijfsvergunning asiel
Verzoeker, een persoon van Marokkaanse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft dit verzoek niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de asielprocedure, conform de Dublin-verordening.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de bodemzaak inmiddels is behandeld en daarmee het belang bij een voorlopige voorziening is komen te vervallen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk, aangezien tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet mogelijk is.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de bodemzaak is behandeld en het besluit terecht Duitsland als verantwoordelijke aanwijst.