ECLI:NL:RBDHA:2023:11588
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken bezwaar of beroep
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en vroeg vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De staatssecretaris heeft op 2 augustus 2022 op het bezwaar beslist, waardoor er geen bezwaar meer aanhangig is. Omdat er ook geen beroep is ingesteld binnen de daarvoor gestelde termijn, kan het verzoek om een voorlopige voorziening niet worden toegewezen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een aanhangig bezwaar of beroep.