ECLI:NL:RBDHA:2023:11587
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid bij afgehandeld bezwaar verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 9 juni 2022. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
Op 15 augustus 2022 heeft de staatssecretaris het bezwaar behandeld en besloten, waardoor er geen bezwaar meer aanhangig was. Verzoeker heeft geen beroep ingesteld binnen de daarvoor geldende termijn. De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:81, eerste lid, Awb een verzoek om voorlopige voorziening alleen mogelijk is indien er een bezwaar of beroep aanhangig is.
Omdat het bezwaar is afgehandeld en geen beroep is ingesteld, is het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een aanhangig bezwaar of beroep.