ECLI:NL:RBDHA:2023:11577
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken van gronden
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, dat vervolgens niet-ontvankelijk werd verklaard door de staatssecretaris. Hiertegen verzocht verzoeker de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het verzoekschrift geen gronden bevatte, wat een vereiste is op grond van de Algemene wet bestuursrecht. Verzoeker is schriftelijk verzocht alsnog gronden in te dienen, maar heeft hier niet op gereageerd. Hierdoor werd het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en niet inhoudelijk behandeld.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen reden was voor een proceskostenveroordeling en wees het verzoek af. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden.