ECLI:NL:RBDHA:2023:11568
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij niet-ontvankelijkverklaring beroepschrift verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om het besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het onderliggende beroepschrift, waarop het verzoek om voorlopige voorziening betrekking heeft, niet-ontvankelijk verklaard in een aparte uitspraak (zaaknummer AWB 22/3102). Gezien deze niet-ontvankelijkverklaring is het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk, aangezien tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid van het onderliggende beroep.