ECLI:NL:RBDHA:2023:11560
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken van gronden bij bezwaar tegen afwijzing verblijfsvergunning
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af te wijzen. Vervolgens heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter constateerde dat het verzoekschrift geen gronden bevatte, hetgeen vereist is op grond van de Awb. Verzoeker is per aangetekende brief verzocht om binnen twee weken alsnog gronden in te dienen, maar hierop is geen reactie ontvangen.
Hierdoor werd het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en niet inhoudelijk behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden.