ECLI:NL:RBDHA:2023:11555
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in verblijfsvergunningzaak
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De staatssecretaris besloot op het bezwaar, waardoor er geen bezwaar meer aanhangig is. Ook is er geen beroep ingesteld binnen de daarvoor gestelde termijn. Hierdoor is het verzoek om een voorlopige voorziening niet ontvankelijk volgens artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af zonder zitting en zonder proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een aanhangig bezwaar of beroep.