ECLI:NL:RBDHA:2023:11550
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen verblijfsvergunning asiel
Eiser heeft op 19 juni 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Nadat verweerder niet tijdig had beslist, stelde eiser verweerder bij brief van 13 december 2022 in gebreke. Vervolgens stelde eiser op 29 december 2022 beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
Verweerder heeft op 17 april 2023 alsnog een besluit genomen en de aanvraag ingewilligd. De rechtbank heeft eiser verzocht te informeren of het beroep werd ingetrokken, maar ontving geen reactie, waardoor het beroep werd gehandhaafd.
De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling prematuur was omdat verweerder binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag moest beslissen. Hierdoor voldoet de ingebrekestelling niet aan de vereisten van de Awb, waardoor het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is. Omdat het besluit van 17 april 2023 het beroep geheel tegemoetkomt, wordt het beroep tegen het besluit niet geacht te zijn ingesteld.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard.