Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2023:11497

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 augustus 2023
Publicatiedatum
2 augustus 2023
Zaaknummer
9494452 RP VERZ 21-50666
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 Vo. Brussel I-bisArt. 7 lid 1 sub a Vo. Brussel I-bisArt. 17 lid 3 Vo. Brussel I-bisVerordening (EG) nr. 861/2007Verordening (EU) nr. 1215/2012
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Relatieve onbevoegdheid rechtbank Den Haag in Europese procedure geringe vorderingen

In deze zaak heeft verzoeker01 een Europese procedure voor geringe vorderingen aangespannen tegen TAP Air Portugal, gevestigd in Portugal, met een vordering van minder dan €5.000. TAP heeft een incidenteel verweer gevoerd dat de rechtbank Den Haag relatief onbevoegd is en heeft verzocht de zaak te verwijzen naar de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem.

De rechtbank heeft beoordeeld dat de bevoegdheid moet worden bepaald aan de hand van Verordening (EU) nr. 1215/2012 (Brussel I-bis). Volgens artikel 7 lid 1 sub a van Pro deze verordening is de rechter bevoegd van de plaats waar de verbintenis is uitgevoerd. De vlucht vertrok vanaf Schiphol Amsterdam Airport, gelegen in het arrondissement van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, niet Den Haag.

Verzoeker01 voerde verweer en verwees naar een eerdere uitspraak van de rechtbank Middelburg, maar dit werd verworpen omdat de feiten en omstandigheden verschillen. Ook de bijzondere bevoegdheidsregels voor consumentenpakketreizen zijn niet van toepassing.

De kantonrechter verklaart zich daarom relatief onbevoegd en verwijst de procedure naar de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, voor verdere behandeling. De beslissing is op 4 augustus 2023 uitgesproken door kantonrechter E.A.W. Schippers.

Uitkomst: De rechtbank Den Haag verklaart zich relatief onbevoegd en verwijst de zaak naar rechtbank Noord-Holland locatie Haarlem.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Zittingsplaats ’s-Gravenhage
MD/bc
Zaaknummer: 9494452 RP VERZ 21-50666
4 augustus 2023
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
[verzoeker01] ,
wonende te [woonplaats01] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker01] ,
gemachtigde: Y. Robio,
tegen
TAP Air Portugal,
gevestigd te Lissabon (Portugal),
verwerende partij,
hierna te noemen: TAP,
gemachtigde: mr. L.E. Schalk.

1.Procedure

1.1.
De kantonrechter heeft kennisgenomen van Formulier A (vorderingsformulier) inzake een Europese procedure voor geringe vorderingen zoals bedoeld in de Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen (hierna: de Verordening), ter griffie ingekomen op 13 oktober 2021.
1.2.
Op 21 december 2021 heeft de rechtbank van TAP het ingevulde Formulier C (antwoordformulier), met bijlagen, ontvangen. Naast inhoudelijk verweer tegen de vordering van [verzoeker01] heeft TAP een incident opgeworpen, strekkende tot onbevoegdverklaring van de rechter te Den Haag en verwijzing van deze procedure naar de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, met veroordeling van [verzoeker01] in de kosten van deze procedure.
1.3.
Bij brief heeft de griffier van de rechtbank Den Haag, team Kanton, [verzoeker01] in de gelegenheid gesteld om te onderbouwen waarom de rechtbank in Den Haag bevoegd zou zijn om over het verzoek te beslissen en om daarnaast op het verweer van TAP te reageren. Bij brieven, ingekomen op 19 juli en 7 september 2022, heeft [verzoeker01] zijn standpunten daaromtrent nader uiteengezet.
1.4.
Uiteindelijk is de uitspraak bepaald op heden.

2.Rechtsoverwegingen

2.1.
Voor de omschrijving van de vorderingen van [verzoeker01] en de daartoe aangevoerde gronden wordt verwezen naar het aangehechte vorderingsformulier (Formulier A) waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast moet worden beschouwd.
2.2.
De Europese procedure voor geringe vorderingen is in grensoverschrijdende gevallen van toepassing in burgerlijke en handelszaken, indien de waarde van een vordering, alle rente, kosten en uitgaven niet meegerekend, op het tijdstip dat het vorderingsformulier ter griffie van de rechtbank wordt ontvangen, niet meer bedraagt dan € 5.000,-, behoudens de in artikel 2 van Pro de Verordening genoemde uitzonderingen.
2.3.
Uit de stukken is gebleken dat de vordering van [verzoeker01] niet meer bedraagt dan
€ 5.000,-, dat [verzoeker01] woonachtig is in Nederland en dat TAP is gevestigd in Portugal. Beide landen zijn aangesloten bij de Verordening, wat maakt dat de vordering van [verzoeker01] binnen het toepassingsgebied van de Verordening valt.
Bevoegdheidsincident
2.4.
Door TAP is gevorderd dat de rechter te Den Haag zich onbevoegd verklaart om kennis te nemen van het onderhavige geschil, en deze zaak in de huidige stand te verwijzen naar de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem. [verzoeker01] heeft verweer gevoerd tegen de ingestelde incidentele vordering.
2.5.
De vraag of deze rechtbank bevoegd is moet, gelet op het internationale karakter van de procedure, worden beantwoord aan de hand van de herschikte Verordening nr. 1215/2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: Vo. Brussel I-bis).
2.6.
Als hoofdregel heeft te gelden dat zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat, ongeacht hun nationaliteit, worden opgeroepen voor de gerechten van die lidstaat (art. 4 Vo Pro. Brussel I-bis). Nu TAP is gevestigd in Lissabon gaat dat in dit geval om het gerecht van Portugal. In artikel 7 tot Pro en met 9 Vo. Brussel I-bis staan enkele bijzondere bevoegdheidsregels. Zo kan een persoon die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat op grond van artikel 7 Vo Pro. Brussel I-bis ook voor de gerechten van andere lidstaten worden opgeroepen. Meer specifiek kan die persoon ten aanzien van verbintenissen uit een overeenkomst worden opgeroepen voor het gerecht van de plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd (art 7 aanhef Pro en lid 1 sub a Vo. Brussel I-bis). In het Rehder-arrest van 9 juli 2009 (ECLI:EU:C:2009:439) is bepaald dat bij een vliegreis de plaats van vertrek en de plaats van bestemming beide de plaats zijn waar de dienst werd verstrekt of verstrekt had moeten worden. In deze zaak is de vlucht vertrokken vanaf Schiphol Amsterdam Airport te Haarlemmermeer en was Lissabon de plaats van bestemming. Haarlemmermeer maakt geen onderdeel uit van het arrondissement van de rechtbank Den Haag, maar van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem. Dit maakt dat laatstgenoemde rechtbank bevoegd is om over deze zaak te beslissen.
2.7.
Aangezien [verzoeker01] een consument is moet ook worden nagegaan of de bijzondere bevoegdheidsregels van afdeling 4 (artikel 17 tot Pro en met 19 Vo. Brussel I-bis) van toepassing zijn. Dit is niet het geval. Uit artikel 17 lid 3 Vo Pro. Brussel I-bis volgt dat deze afdeling enkel van toepassing is voor zogenaamde pakketreizen, waarbij voor één prijs zowel vervoer als verblijf is aangeboden. Niet gesteld of gebleken is dat in deze zaak sprake is van een pakketreis, zodat deze bijzondere bevoegdheidsregels toepassing missen.
2.8.
Door [verzoeker01] is nog een beroep gedaan op een (tussen)uitspraak van de rechtbank Middelburg van 21 juni 2022. In deze procedure heeft de kantonrechter kennelijk een incidentele vordering tot onbevoegdverklaring afgewezen. De kantonrechter volgt [verzoeker01] niet in zijn standpunt dat deze uitspraak moet leiden tot afwijzing van de incidentele vordering in deze procedure. Uit de beschikking van die zaak volgt dat sprake is van andere feiten en omstandigheden dan in de onderhavige situatie. Zo had een onbevoegdverklaring in die procedure ertoe geleid dat de in Nederland woonachtige passagier zich tot de Ierse, Belgische of Spaanse rechter had moeten wenden. Dat is in deze procedure niet het geval, aangezien de Nederlandse rechter (mede) bevoegd is. Het verweer van [verzoeker01] zal om die reden worden gepasseerd.
2.9.
Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter te Den Haag zich onbevoegd verklaren en de zaak doorverwijzen naar de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, voor verdere behandeling.
Beslissing
De kantonrechter:
- verklaart zich relatief onbevoegd van de vordering kennis te nemen;
- verwijst de zaak in de stand waarin zij zich bevindt naar de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, Team Kanton;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.A.W. Schippers en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 augustus 2023.
de griffier, de kantonrechter,