ECLI:NL:RBDHA:2023:11497
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Relatieve onbevoegdheid rechtbank Den Haag in Europese procedure geringe vorderingen
In deze zaak heeft verzoeker01 een Europese procedure voor geringe vorderingen aangespannen tegen TAP Air Portugal, gevestigd in Portugal, met een vordering van minder dan €5.000. TAP heeft een incidenteel verweer gevoerd dat de rechtbank Den Haag relatief onbevoegd is en heeft verzocht de zaak te verwijzen naar de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem.
De rechtbank heeft beoordeeld dat de bevoegdheid moet worden bepaald aan de hand van Verordening (EU) nr. 1215/2012 (Brussel I-bis). Volgens artikel 7 lid 1 sub a van Pro deze verordening is de rechter bevoegd van de plaats waar de verbintenis is uitgevoerd. De vlucht vertrok vanaf Schiphol Amsterdam Airport, gelegen in het arrondissement van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, niet Den Haag.
Verzoeker01 voerde verweer en verwees naar een eerdere uitspraak van de rechtbank Middelburg, maar dit werd verworpen omdat de feiten en omstandigheden verschillen. Ook de bijzondere bevoegdheidsregels voor consumentenpakketreizen zijn niet van toepassing.
De kantonrechter verklaart zich daarom relatief onbevoegd en verwijst de procedure naar de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, voor verdere behandeling. De beslissing is op 4 augustus 2023 uitgesproken door kantonrechter E.A.W. Schippers.
Uitkomst: De rechtbank Den Haag verklaart zich relatief onbevoegd en verwijst de zaak naar rechtbank Noord-Holland locatie Haarlem.