Uitspraak
Rechtbank den haag
1.[eisende partij sub 1] en
[eisende partij sub 2],
1.[gedaagde sub 1]
[gedaagde sub 2],
Rechtbank Den Haag
Eisers wonen sinds november 2020 naast gedaagden en ervaren sinds juni 2021 ernstige geluidsoverlast en beledigingen, waaronder het afspelen van luide muziek, slaan met deuren, en het uitschelden van eisers en hun zoontje. Eisers hebben dit gemeld bij de gemeente en geprobeerd via brieven en mediation het geschil op te lossen, maar zonder succes.
De rechtbank oordeelt dat de overlast onrechtmatig is op grond van artikel 6:162 BW Pro en artikel 5:37 BW Pro, omdat de hinder de normale leefgeluiden overstijgt en de beledigingen en intimiderende uitlatingen voldoende aannemelijk zijn gemaakt. Gedaagden hebben erkend dat zij met deuren slaan en muziek afspelen, maar betwisten dat dit stelselmatig gebeurt.
De voorzieningenrechter verbiedt gedaagden om geluidsoverlast te veroorzaken door met deuren te slaan, te bonken en te stampen, en om luide muziek af te spelen. Tevens wordt gedaagden verboden eisers, hun zoontje en bezoekers uit te schelden, te beledigen of te intimideren. Bij overtreding verbeurt gedaagden een dwangsom. De vordering tot vergoeding van incassokosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Gedaagden worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagden worden verboden geluidsoverlast en beledigingen te veroorzaken en opgelegd een dwangsom bij overtreding.