ECLI:NL:RBDHA:2023:11386
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Bruinse - Pot
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag Egyptische nationaliteit wegens onvoldoende geloofwaardigheid
Eiser, van Egyptische nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in nadat een eerdere aanvraag in 2019 was afgewezen en bevestigd in hoger beroep. De aanvraag werd afgewezen als kennelijk ongegrond en met een inreisverbod van twee jaar. De rechtbank behandelde het beroep op 20 juni 2023.
De rechtbank beoordeelde de ontvankelijkheid en inhoudelijke geloofwaardigheid van de nieuwe elementen die eiser aanvoerde, waaronder verklaringen van vrienden, een vonnis van de rechtbank Alexandrië, foto’s van een huiszoeking, medische documenten over zijn moeder en verklaringen over mishandeling tijdens detentie. De rechtbank oordeelde dat alleen het eerste relevante element (identiteit en herkomst) geloofwaardig was, terwijl de overige elementen onvoldoende aannemelijk waren gemaakt.
De verklaringen van vrienden werden als hearsay beoordeeld en niet als directe waarnemingen. Het vonnis van Alexandrië werd niet geloofwaardig geacht vanwege tegenstrijdigheden en onvoldoende onderbouwing van de authenticiteit en omstandigheden van het vonnis. De foto’s van de huiszoeking waren niet te relateren aan eiser of de woning. De medische documenten van de moeder boden geen causaal verband met de situatie van eiser. De verklaringen over mishandeling werden niet ongeloofwaardig bevonden, maar er was geen aanleiding voor een forensisch medisch onderzoek.
De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris de nieuwe en eerdere elementen in een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling heeft betrokken en dat eiser de problemen naar aanleiding van zijn arrestatie tijdens een demonstratie niet aannemelijk heeft gemaakt. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag is ongegrond verklaard.