ECLI:NL:RBDHA:2023:11384
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Bruinse - Pot
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen oplegging inreisverbod van twee jaar
Eiser, van Iraakse nationaliteit, kreeg op 23 november 2022 een inreisverbod van twee jaar opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, omdat hij niet tijdig Nederland en het EU-gebied had verlaten na afwijzing van zijn asielaanvraag en terugkeerbesluit.
Eiser stelde dat het besluit onzorgvuldig was, dat er geen zorgvuldige belangenafweging had plaatsgevonden en dat het inreisverbod disproportioneel was, mede omdat hij als vluchteling niet veilig terug kan keren naar zijn land van herkomst. De rechtbank oordeelde dat het inreisverbod volgens het voorgeschreven model was opgelegd, dat het proces-verbaal van het verhoor voldoende toelichting gaf en dat eiser de mogelijkheid had gehad om bijzondere omstandigheden aan te voeren, wat hij niet deed.
De rechtbank stelde vast dat de staatssecretaris alle relevante feiten en omstandigheden had betrokken bij zijn belangenafweging en dat het onderzoek voorafgaand aan het besluit zorgvuldig was uitgevoerd. Ook oordeelde de rechtbank dat de omstandigheden die eiser aanvoerde inherent waren aan de eerdere afwijzing van zijn asielaanvraag, welke rechtmatig was vastgesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het opleggen van het inreisverbod van twee jaar wordt ongegrond verklaard.