ECLI:NL:RBDHA:2023:11290
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonheffingskorting en aanslag inkomstenbelasting 2020 na AOW-leeftijd
Eiser, die in 2020 in loondienst werkte en op 7 februari 2020 de AOW-leeftijd bereikte, maakte bezwaar tegen de definitieve aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2020. De belastingdienst had de aanslag gebaseerd op automatische gegevens en stelde dat eiser te weinig loonheffing had betaald doordat de loonheffingskorting tweemaal was toegepast: zowel op het loon van de werkgever als op de AOW-uitkering.
Eiser voerde aan dat de nieuwe eigenaar van zijn werkgever in 2020 afspraken had gemaakt over nettoloon, waardoor zijn loon gelijk zou blijven, en dat het onterecht was dat hij moest bijbetalen. De rechtbank oordeelde echter dat het inkomen zoals door de belastingdienst vastgesteld juist was en dat de dubbele toepassing van de loonheffingskorting niet toegestaan is, waardoor eiser meer had ontvangen dan waar hij recht op had.
Verder stelde eiser dat de werkgever te weinig loonheffing had ingehouden, maar dit werd verworpen omdat na het bereiken van de AOW-leeftijd een andere loonbelastingtabel geldt waardoor minder loonheffing verschuldigd is. Ook de belastingrente was juist vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 2020 wordt ongegrond verklaard en eiser moet het nagevorderde bedrag inclusief belastingrente betalen.