ECLI:NL:RBDHA:2023:1122
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet-tijdig beslissen asielaanvraag na inwilliging
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 12 oktober 2021. Vervolgens heeft de verweerder bij besluit van 19 september 2022 de asielaanvraag ingewilligd. Ondanks dit heeft eiser het beroep gehandhaafd met betrekking tot de bestuurlijke dwangsommen.
De rechtbank stelt vast dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen daarmee feitelijk is komen te vervallen omdat het procesbelang ontbreekt. Daarnaast sluit de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND uit dat bestuurlijke dwangsommen worden opgelegd bij asielbesluiten, waardoor eiser ook op dat punt geen belang heeft.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bevestigd dat deze Tijdelijke wet niet in strijd is met het Unierecht. De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Omdat eiser wel recht had op beroep tegen het niet tijdig beslissen, veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van €418,50.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van €418,50.