ECLI:NL:RBDHA:2023:11209
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum verblijfsvergunning asiel na ondertekening M35-H formulier
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de ingangsdatum van zijn verblijfsvergunning asiel, die de staatssecretaris heeft vastgesteld op 1 juni 2022, de datum waarop hij het M35-H formulier heeft ondertekend. Eiser stelde dat de ingangsdatum 12 mei 2022 had moeten zijn, de datum waarop hij zich in Ter Apel aanmeldde en zijn asielwens uitte.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 44, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 de verblijfsvergunning wordt verleend vanaf de datum waarop de aanvraag is ontvangen, en dat de aanvraag wordt ingediend door ondertekening van het M35-H formulier. De rechtbank acht dit systeem niet in strijd met de Procedurerichtlijn, die geen bepalingen bevat over de ingangsdatum van de vergunning.
Verder wijst de rechtbank erop dat het uiten van de asielwens en het daadwerkelijk indienen van de aanvraag verschillende momenten zijn, waarbij de autoriteiten de vreemdeling zo snel mogelijk in staat moeten stellen de aanvraag in te dienen, maar geen concrete termijn is voorgeschreven. De loopbrief die eiser ontving is slechts een logistiek document zonder wettelijke grondslag.
De rechtbank concludeert dat de tijd tussen de uiting van de asielwens en het indienen van de aanvraag niet zodanig lang is dat sprake is van een schending van de Procedurerichtlijn. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de ingangsdatum van de vergunning blijft 1 juni 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de ingangsdatum van de asielvergunning wordt ongegrond verklaard; de vergunning gaat in op 1 juni 2022.