ECLI:NL:RBDHA:2023:11207
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum verblijfsvergunning asiel na ondertekening M35-H formulier
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde ingangsdatum van zijn verblijfsvergunning asiel, waarbij hij stelde dat deze had moeten ingaan op de datum van zijn aanmelding en uiting van asielwens in Ter Apel op 12 mei 2022.
De staatssecretaris had de ingangsdatum vastgesteld op 1 juni 2022, de datum waarop eiser het M35-H formulier ondertekende en daarmee formeel zijn asielaanvraag indiende. De rechtbank heeft het beroep behandeld en geoordeeld dat de wettelijke regeling, waarin de ingangsdatum gekoppeld is aan de datum van ontvangst van de formele asielaanvraag, niet in strijd is met de Europese Procedurerichtlijn.
De rechtbank verwees naar de relevante wetsartikelen en jurisprudentie, waaronder het onderscheid tussen het uiten van een asielwens en het indienen van een asielaanvraag, en verwierp het beroep van eiser. Ook het beroep op de notitie van de Commissie Strategisch Procederen en het arrest Mengesteab faalde, omdat deze niet van toepassing waren op de procedure en rechtsvraag in deze zaak.
De rechtbank concludeerde dat de periode tussen uiting van de asielwens en het indienen van de aanvraag niet onredelijk lang was en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de ingangsdatum van de asielvergunning wordt ongegrond verklaard; de ingangsdatum blijft 1 juni 2022.