ECLI:NL:RBDHA:2023:11062
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot bekrachtiging en opname vaststellingsovereenkomst tussen moeder en tantes over minderjarige
De moeder van de minderjarige heeft de rechtbank verzocht om de afspraken tussen haar en de tantes, vastgelegd in meerdere overeenkomsten, te bekrachtigen en op te nemen in een beschikking. Deze afspraken betreffen de zorg en opvoeding van de minderjarige en de rol van de tantes als voogd en toeziend voogd bij overlijden van de moeder.
De rechtbank overwoog dat de moeder alleen het ouderlijk gezag heeft en dat de vader vervangende toestemming heeft gekregen om de minderjarige te erkennen, waartegen hoger beroep is ingesteld. De moeder baseert haar verzoek op artikel 1:377a lid 1 en 2 BW en op artikel 1:247 en Pro 1:248 BW, stellende dat de tantes in een nauwe persoonlijke betrekking tot de minderjarige staan en zorg en verantwoordelijkheid dragen.
De rechtbank oordeelt dat artikel 1:377a BW niet van toepassing is omdat het verzoek niet ziet op het vaststellen van een omgangsregeling, maar op opname van een overeenkomst. Ook artikel 1:247 en Pro 1:248 BW bieden geen grondslag omdat de tantes nog geen voogd zijn en niet als verzorgers of opvoeders kunnen worden aangemerkt. De rechtbank wijst het verzoek daarom af, maar benadrukt dat de afspraken tussen moeder en tantes wel bindend zijn voor hen.
Tot slot is besproken dat de rol van de vader belangrijk blijft en dat partijen willen meewerken aan zijn betrokkenheid. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Verzoek tot bekrachtiging en opname van de vaststellingsovereenkomst tussen moeder en tantes is afgewezen wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag.