Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2023:11062

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 juli 2023
Publicatiedatum
26 juli 2023
Zaaknummer
C/09/638774 / FA RK 22-8015
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:377a BWArt. 1:247 BWArt. 1:248 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot bekrachtiging en opname vaststellingsovereenkomst tussen moeder en tantes over minderjarige

De moeder van de minderjarige heeft de rechtbank verzocht om de afspraken tussen haar en de tantes, vastgelegd in meerdere overeenkomsten, te bekrachtigen en op te nemen in een beschikking. Deze afspraken betreffen de zorg en opvoeding van de minderjarige en de rol van de tantes als voogd en toeziend voogd bij overlijden van de moeder.

De rechtbank overwoog dat de moeder alleen het ouderlijk gezag heeft en dat de vader vervangende toestemming heeft gekregen om de minderjarige te erkennen, waartegen hoger beroep is ingesteld. De moeder baseert haar verzoek op artikel 1:377a lid 1 en 2 BW en op artikel 1:247 en Pro 1:248 BW, stellende dat de tantes in een nauwe persoonlijke betrekking tot de minderjarige staan en zorg en verantwoordelijkheid dragen.

De rechtbank oordeelt dat artikel 1:377a BW niet van toepassing is omdat het verzoek niet ziet op het vaststellen van een omgangsregeling, maar op opname van een overeenkomst. Ook artikel 1:247 en Pro 1:248 BW bieden geen grondslag omdat de tantes nog geen voogd zijn en niet als verzorgers of opvoeders kunnen worden aangemerkt. De rechtbank wijst het verzoek daarom af, maar benadrukt dat de afspraken tussen moeder en tantes wel bindend zijn voor hen.

Tot slot is besproken dat de rol van de vader belangrijk blijft en dat partijen willen meewerken aan zijn betrokkenheid. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten.

Uitkomst: Verzoek tot bekrachtiging en opname van de vaststellingsovereenkomst tussen moeder en tantes is afgewezen wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 22-8015
Zaaknummer: C/09/638774
Datum beschikking: 12 juli 2023

Afwijzing verzoek tot bekrachtiging en opname overeenkomst

Beschikking op het op 10 november 2022 ingekomen verzoek van:

[naam01] ,

de moeder,
wonende te [woonplaats01] ,
advocaat: mr. H.H.R. Bruggeman te Leiderdorp.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[naam02] ,

tante [naam02] ,
wonende te [woonplaats02] ,

[naam03] ,

tante [naam03] ,
wonende te [woonplaats02] .

[minderjarige01] ,

de minderjarige,
wonende te [woonplaats01] .
Als informant wordt aangemerkt:

[naam04] ,

de vader van de minderjarige,
wonende te [woonplaats03] .

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
 het verzoekschrift, met bijlagen, van de zijde van de moeder;
 de brief van 5 januari 2023 van de zijde van de moeder.
Op 14 juni 2023 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
 de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
 de tantes;
 de vader.

Feiten

 Op [geboortedatum01] 2016 te [geboorteplaats01] is geboren de minderjarige [minderjarige01] . Verzoekster is de moeder van [minderjarige01] .
 De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [minderjarige01] belast.
 Bij beschikking van deze rechtbank van [datum] 2022 is aan de vader vervangende toestemming verleend om [minderjarige01] te erkennen. Tegen deze beslissing is hoger beroep ingesteld.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt de rechtbank, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad, te bepalen dat de afspraken tussen partijen zoals verwoord in de overeenkomsten van 30 augustus 2016, 2 september 2021 en 3 oktober 2022 tussen partijen te bekrachtigen en een afschrift van deze overeenkomsten aan de beschikking te hechten, kosten rechtens.
De tantes hebben een referteverklaring overgelegd.

Beoordeling

De moeder heeft ter onderbouwing van haar verzoek het volgende naar voren gebracht.
De moeder verricht sinds de geboorte van [minderjarige01] alle zorg- en opvoedingstaken. In het gezagsregister heeft de moeder laten opnemen dat tante [naam02] en tante [naam03] als voogd en toeziend voogd zullen optreden, indien de moeder voor de 18de verjaardag van [minderjarige01] komt te overlijden. Om een eventuele overgang goed te laten verlopen hebben de moeder en de tantes afspraken gemaakt in meerdere, in het verzoekschrift genoemde, overeenkomsten. De moeder en de tantes zien de afspraken graag bekrachtigd door de rechtbank. De afspraken zijn daardoor eenvoudig terug te vinden en krijgen voor [minderjarige01] een afdwingbaar karakter.
De wettelijke grondslag is volgens de moeder enerzijds gelegen in artikel 1:377a lid 1 en 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW), nu de tantes in een nauwe persoonlijke betrekking tot [minderjarige01] staan en daarom recht hebben op omgang met haar. Anderzijds kan een wettelijke grondslag worden gevonden in artikel 1:247 en Pro 1:248 BW, uit welke artikel volgt dat ook voogden en degenen die een minderjarige verzorgen en opvoeden zonder dat hen het gezag toekomt, de zorg en de verantwoordelijkheid dragen voor het geestelijk en lichamelijk welzijn en de veiligheid van het kind.
De tantes hebben kunnen instemmen met het verzoek van de moeder en willen met alle liefde voor [minderjarige01] zorgen.
De vader waardeert de aanwezigheid van de tantes en alles wat zij voor [minderjarige01] en de moeder doen, maar vindt het van belang dat ook naar zijn rol in het leven van [minderjarige01] wordt gekeken.
De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van artikel 1:377a lid 1 BW heeft het kind recht heeft op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. Op grond van lid 2 van dit artikel stelt de rechter op verzoek van de ouders of van een van hen of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vast.
Naar het oordeel van de rechtbank is van toepassing van artikel 1:377a BW geen sprake, nu niet wordt verzocht om het vaststellen van een omgangsregeling, maar enkel wordt gevraagd om opname van de overeenkomsten waarin ook een omgangsregeling met de tantes is opgenomen. Dit is door de advocaat ter zitting ook bevestigd. Op grond van dit artikel komt de rechtbank niet tot opname van de gevraagde overeenkomsten.
In artikel 1:247 lid 2 BW Pro is opgenomen dat onder verzorging en opvoeding mede worden verstaan de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn en de veiligheid van het kind alsmede het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. Op grond van artikel 1:248 BW Pro is het tweede lid van artikel 1:247 BW Pro van overeenkomstige toepassing op de voogd en op degene die een minderjarige verzorgt en opvoedt zonder dat hem het gezag over die minderjarige toekomt.
Naar het oordeel van de rechtbank vormt ook dit artikel geen wettelijke grondslag voor opname van de overgelegde overeenkomst. De tantes zijn geen voogd in de zin van de wet, nu zij dit pas worden op het moment dat de moeder overlijdt. Ook kunnen de tantes naar het oordeel van de rechtbank niet worden gezien als degenen die de minderjarige verzorgen en opvoeden. Het wetsartikel is met name geschreven voor situaties van voogdij en voor pleegouders, waarvan in dit geval geen sprake is. Het feit dat de tantes op frequente basis omgang hebben met [minderjarige01] is niet voldoende om hen ook als opvoeders van [minderjarige01] aan te merken.
Nu beide door de moeder genoemde wettelijke grondslagen naar het oordeel van de rechtbank niet kunnen leiden tot opname van de overeenkomst (met aanvullingen) in de beschikking, zal het verzoek van de moeder worden afgewezen.
De rechtbank merkt op dat deze beslissing er niet aan in de weg staat dat de moeder en de tantes gehouden zijn aan de afspraken over [minderjarige01] die zij met elkaar zijn overeengekomen en getekend hebben. Daarbij is ter zitting tevens besproken dat zowel de moeder als de tantes inzien dat de rol van de vader belangrijk is in het leven van [minderjarige01] en dat zij ook alle drie willen meewerken aan het vormgeven van een rol van de vader in het leven van [minderjarige01] .
Proceskosten
Nu het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zullen de proceskosten worden gecompenseerd als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
*
wijst het verzoek van de moeder af;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. H. Dragtsma, kinderrechter, bijgestaan door mr. M. Meijer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 12 juli 2023.