ECLI:NL:RBDHA:2023:11047

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 augustus 2023
Publicatiedatum
26 juli 2023
Zaaknummer
23_3556
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 9:3 AwbArt. 6:2 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd bij beroep tegen niet tijdig beslissen op klacht

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van het ministerie van Financiën op zijn klacht van 9 september 2022. De rechtbank onderzoekt dit beroep op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting.

De rechtbank stelt vast dat op grond van artikel 9:3 Awb Pro geen beroep mogelijk is tegen besluiten over de behandeling van klachten over gedragingen van bestuursorganen. Dit geldt ook voor het niet tijdig nemen van een besluit omtrent de behandeling van een klacht, conform artikel 6:2 Awb Pro.

Daarom oordeelt de rechtbank dat zij onbevoegd is om kennis te nemen van het beroep. Tevens kan eiser geen beroep doen op de dwangsomregeling uit afdeling 4.1.3.2 van de Awb. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De rechtbank verklaart zich onbevoegd en wijst erop dat tegen deze uitspraak binnen zes weken verzet kan worden ingesteld.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de klacht.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/3556

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 augustus 2023 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] (Frankrijk), eiser,

en

het ministerie van Financiën, verweerder.

Procesverloop

Bij brief van 15 mei 2023 heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van verweerder op zijn klacht van 9 september 2022.

Overweging

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Op grond van artikel 9:3 van Pro de Awb kan tegen een besluit inzake de behandeling van een klacht over de gedraging van een bestuursorgaan geen beroep worden ingesteld. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld.
3. De rechtbank stelt vast dat het beroep van eiser gericht is tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op de door hem ingediende klacht.
4. Artikel 9:3 van Pro de Awb is op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb evenzeer van toepassing op het niet tijdig nemen van een besluit omtrent de behandeling van de klacht. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat zij onbevoegd is kennis te nemen van het ingestelde beroep. Het voorgaande brengt met zich dat, nu eiser geen beroep bij de rechtbank kan instellen, hij evenmin een beroep kan doen op de in afdeling 4.1.3.2 van de Awb neergelegde dwangsomregeling. De rechtbank zal zich dan ook onbevoegd verklaren.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Nooijen, rechter, in aanwezigheid van
F.J.M. van den Berg, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
14 augustus 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 van Pro de Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.