ECLI:NL:RBDHA:2023:11028
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden bij aanvraag verblijfsvergunning
Eiser had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Dit bezwaar werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard. Eiser stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank. De rechtbank beoordeelde het beroepschrift en constateerde dat dit geen beroepsgronden bevatte, terwijl dit volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wel verplicht is.
De rechtbank gaf eiser de mogelijkheid om binnen vier weken alsnog gronden in te dienen, maar er kwam geen reactie. Hierdoor verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk, wat betekent dat de inhoudelijke behandeling van het beroep achterwege blijft.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter K.M. de Jager en griffier S.S. van der Velde en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiser werd gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet reageren op het herstelverzoek.