ECLI:NL:RBDHA:2023:11019
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid bij verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 10 november 2022. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De staatssecretaris heeft op 1 februari 2023 op het bezwaar beslist, waarna verzoeker geen beroep heeft ingesteld binnen de daarvoor geldende termijn. De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek om voorlopige voorziening op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting.
Omdat er geen bezwaar of beroep meer aanhangig is, is het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk volgens artikel 8:81 van Pro de Awb. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter en griffier en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een aanhangig bezwaar of beroep.