ECLI:NL:RBDHA:2023:11014
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening verblijfsvergunning wegens niet-ingesteld bezwaar
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 15 juli 2022.
Verzoeker heeft vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag. De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank stelt vast dat verzoeker geen bezwaar heeft ingesteld tegen het primaire besluit binnen de daarvoor gestelde termijn. Hierdoor is het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk en wordt het afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een tijdig ingediend bezwaar.