ECLI:NL:RBDHA:2023:11011
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van beroepsgronden bij aanvraag verblijfsvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin het bezwaar tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank heeft het beroepschrift beoordeeld en vastgesteld dat dit geen gronden bevatte, zoals vereist op grond van artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank heeft eiser vervolgens een mogelijkheid geboden om alsnog gronden in te dienen binnen vier weken, maar hierop is geen reactie ontvangen.
Daarom heeft de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 6:6 Awb Pro, hetgeen betekent dat het beroep niet inhoudelijk is behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.