ECLI:NL:RBDHA:2023:10985
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening ongegrond verklaard
Eiser diende op 22 november 2022 een asielaanvraag in, die door verweerder niet in behandeling werd genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Oostenrijk had aanvankelijk een verzoek tot terugname afgewezen, maar stemde na heroverweging toe.
Eiser voerde aan dat verweerder zijn bevoegdheid had moeten gebruiken om de asielaanvraag onverplicht in behandeling te nemen vanwege persoonlijke omstandigheden, waaronder zijn eerdere ervaringen in Oostenrijk, de wijze van behandeling aldaar, en familiebanden in Nederland. Hij stelde dat overdracht aan Oostenrijk onevenredige hardheid zou betekenen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terughoudend maar redelijk heeft gehandeld bij de toepassing van de hardheidsclausule uit artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Er waren geen bijzondere individuele omstandigheden die overdracht aan Oostenrijk onaanvaardbaar maakten. De rechtbank wees erop dat klagen over behandeling in Oostenrijk mogelijk is en dat medische voorzieningen adequaat zijn.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door rechter D.C. Laagland op 27 juni 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Oostenrijk is ongegrond verklaard.