ECLI:NL:RBDHA:2023:10975
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij ontbreken bezwaar tegen afwijzing verblijfsvergunning
Verzoeker heeft bij besluit van 6 maart 2022 een afwijzing ontvangen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Vervolgens heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen tegen dit besluit.
De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Volgens artikel 8:81, eerste lid, Awb is een verzoek om voorlopige voorziening slechts ontvankelijk indien er een bezwaar- of beroepsprocedure aanhangig is.
De rechtbank constateert dat verzoeker geen bezwaar heeft ingesteld binnen de daarvoor gestelde termijn, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk is. Om die reden wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van bezwaar tegen het afwijzende besluit.