ECLI:NL:RBDHA:2023:10974
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij afgewezen verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 14 juni 2022. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. Nadat het bezwaar op 15 augustus 2022 is beslist, verzocht verzoeker alsnog om een voorlopige voorziening bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter overweegt dat een verzoek om voorlopige voorziening alleen mogelijk is als er een bezwaar of beroep aanhangig is. Nu het bezwaar reeds is afgedaan en het verzoek gelijkgesteld wordt met een verzoek hangende beroep, en het beroep in een andere zaak is behandeld, is het verzoek kennelijk ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af en ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een aanhangig bezwaar of beroep.