ECLI:NL:RBDHA:2023:10967
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van beroepsgronden bij aanvraag verblijfsvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn bezwaar tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk te verklaren.
De rechtbank heeft het beroepschrift beoordeeld en vastgesteld dat dit geen gronden bevat waarop eiser zijn beroep baseert, zoals vereist in artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank heeft eiser vervolgens bij aangetekende brief de mogelijkheid geboden om binnen vier weken alsnog gronden in te dienen, maar hierop is geen reactie ontvangen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 Awb Pro, waardoor het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter W. Anker en griffier R. de Mul en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.