ECLI:NL:RBDHA:2023:10965
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na bezwaar tegen afwijzing verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 6 april 2022. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De staatssecretaris heeft op 8 juli 2022 het bezwaar inhoudelijk behandeld en besloten.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een verzoek om voorlopige voorziening alleen mogelijk is indien er een bezwaar of beroep aanhangig is. Nu het bezwaar reeds is afgehandeld en er geen bezwaar meer aanhangig is, kan het verzoek niet worden toegewezen. Bovendien is het verzoek gelijkgesteld met een verzoek tijdens een beroep, en de rechtbank heeft reeds uitspraak gedaan in het beroep met zaaknummer AWB 22/4650.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het bezwaar reeds is afgehandeld en het beroep is behandeld.