ECLI:NL:RBDHA:2023:10749
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen
Verzoeker diende een beroep in wegens het niet tijdig beslissen van verweerder op zijn aanvraag. Nadat verweerder alsnog een inwilligend besluit nam en een dwangsom toekende, trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten, met name de griffiekosten.
De rechtbank stelde verweerder in de gelegenheid te reageren, maar ontving geen reactie. Op grond van artikel 8:54 Awb Pro deed de rechtbank zonder zitting uitspraak. Hoewel verweerder aan het beroep tegemoet was gekomen, oordeelde de rechtbank dat griffierechten geen proceskosten zijn zoals bedoeld in de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Daarom werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. De rechtbank wees verzoeker erop dat vergoeding van griffierechten een verplichting van verweerder is op grond van artikel 8:41, zevende lid, Awb, en dat verzoeker zich hiervoor tot verweerder moet wenden.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat griffierechten geen proceskosten zijn.