ECLI:NL:RBDHA:2023:10714
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij intrekking verblijfsvergunning familie- of gezinslid
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarbij haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, met als doel verblijf als familie- of gezinslid, met terugwerkende kracht vanaf 4 januari 2021 is ingetrokken. Na behandeling van het bezwaar en het beroep heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld.
Tijdens de zitting op 30 maart 2023, waarbij verzoekster en haar gemachtigde niet aanwezig waren, is het verzoek samen met een andere zaak behandeld. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat vanwege de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.3737) een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A. Nieuwenhuis en openbaar gemaakt op 20 juli 2023. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.