ECLI:NL:RBDHA:2023:10684
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-asielzaak wegens verantwoordelijkheid Duitsland
Verzoekers, van Moldavische nationaliteit, hebben een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen het besluit van 6 juni 2023 waarbij hun asielaanvragen niet in behandeling werden genomen. Dit besluit was gebaseerd op de vaststelling dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielaanvragen onder de Dublin-verordening.
De voorzieningenrechter behandelde de verzoeken op 17 juli 2023, waarbij verzoekers niet aanwezig waren vanwege verhindering. De vertegenwoordiger van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid was wel aanwezig.
Gezien het feit dat op dezelfde dag uitspraak is gedaan in de hoofdzaak (zaaknummers NL23.16732, NL23.16734 en NL23.16736), achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees deze af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.Y.B. Jansen en griffier Z.P. de Wilde en is geanonimiseerd gepubliceerd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvragen.