ECLI:NL:RBDHA:2023:10683
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering wegens vermeende verdiencapaciteit boven 65% na medische beoordeling
Eiseres ontving een Ziektewetuitkering sinds april 2021 na ziekmelding en beëindiging van haar dienstverband. Het UWV beëindigde deze uitkering per 12 december 2021 op grond van een medisch en arbeidsdeskundig onderzoek dat stelde dat zij meer dan 65% van haar vroegere loon kon verdienen.
Eiseres maakte bezwaar en stelde dat de verzekeringsarts haar beperkingen had overschat, met name omdat een operatie die haar belastbaarheid zou beïnvloeden pas op 28 maart 2022 plaatsvond, ruim na de datum in geding. Zij vond dat het UWV hiermee onvoldoende rekening had gehouden en dat dit in strijd was met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de verzekeringsarts de medische situatie op 12 december 2021 overtuigend had gemotiveerd. De operatie viel ruim buiten de termijn van drie maanden na het onderzoek en kon daarom niet meewegen in de beoordeling. De arbeidsdeskundige concludeerde dat eiseres op die datum 81,58% van haar loon kon verdienen.
De rechtbank vond geen reden om de geschiktheid van de functies die eiseres zou kunnen vervullen in twijfel te trekken en verwierp het beroep. Het UWV had terecht de uitkering beëindigd en eiseres kreeg geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering per 12 december 2021.