ECLI:NL:RBDHA:2023:1068

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 januari 2023
Publicatiedatum
3 februari 2023
Zaaknummer
NL21.10992
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel

Verzoeker heeft een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens is bepaald dat verzoeker Nederland onmiddellijk moet verlaten en is een inreisverbod van tien jaar opgelegd.

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en daarnaast een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit te schorsen totdat op het beroep is beslist. De zaak kende meerdere zittingen die werden verdaagd wegens afwezigheid van de tolk.

Op 8 december 2022 is de voorlopige voorziening samen met het beroep inhoudelijk behandeld. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening niet langer nodig was en daarom afgewezen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning en oplegging van een inreisverbod is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.10992

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[Naam], verzoeker

V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. M.S. Yap),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigden: mr. A. Hadfy-Kovács en mr. C.H.H.P.M. Kelderman).

Procesverloop

Bij besluit van 24 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond, heeft verweerder bepaald dat verzoeker Nederland onmiddellijk moet verlaten en heeft verweerder tegen verzoeker een inreisverbod voor de duur van tien jaren uitgevaardigd.
Verzoeker heeft beroep (NL21.10991) ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat het bestreden besluit wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Verzoeker heeft een reactie op het verweerschrift ingediend.
Het verzoek is op 19 mei 2022 en op 12 oktober 2022 op zitting gepland. Deze zittingen zijn verdaagd vanwege afmeldingen van de tolk.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak met nummer NL21.10991, op 8 december 2022 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen G.M.A. Al-Harbia. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C.H.H.P.M. Kelderman.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag in de zaak met nummer NL21.10991 heeft de rechtbank het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is dan ook niet meer nodig. Om die reden wordt het verzoek afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.