ECLI:NL:RBDHA:2023:10674

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 juli 2023
Publicatiedatum
20 juli 2023
Zaaknummer
AWB 23/1881
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:82 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-betaling griffierecht in mvv-aanvraag

Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid bij haar echtgenoot. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag afgewezen bij besluit van 15 februari 2023. Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen dit besluit, dat door de rechtbank is aangemerkt als een bezwaarschrift en doorgezonden aan verweerder.

Verzoekster heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verzoekster is in de gelegenheid gesteld om het griffierecht van €184,00 binnen vier weken te betalen, met de waarschuwing dat bij niet-betaling het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

De rechtbank constateert dat verzoekster het griffierecht niet heeft betaald en ook geen reden heeft gegeven voor dit verzuim. Hierdoor is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 23/1881

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoekster

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. J. Ruijs),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 15 februari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de ten behoeve van verzoekster ingediende aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid bij haar echtgenoot (referent) afgewezen.
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De rechtbank heeft het beroepschrift aangemerkt als bezwaarschrift. Zij heeft het bezwaarschrift daarom doorgezonden naar verweerder.
Verzoekster heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:82, eerste lid, van de Awb wordt van de indiener van een verzoekschrift griffierecht geheven. Voor verzoekster is het griffierecht vastgesteld op
€ 184,00.
2. Verzoekster is bij aangetekende brief van 25 februari 2023 in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na de datum van de brief het griffierecht te betalen. In de brief is ook vermeld dat als het griffierecht niet binnen deze termijn wordt betaald het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
3. De rechtbank stelt vast dat verzoekster het griffierecht niet heeft betaald. Verzoekster heeft ook geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
4. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, op 15 juni 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.