Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
(vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Rechtbank Den Haag
Verzoeker diende op 14 juni 2022 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 28 november 2021. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris bij besluit van 22 augustus 2022 de asielaanvraag ingewilligd. Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat de veroordeling in proceskosten mogelijk is op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht, omdat het bestuursorgaan aan verzoeker is tegemoetgekomen door alsnog een beslissing te nemen tijdens het beroep. De rechtbank stelt vast dat het verzoek om proceskostenvergoeding gegrond is.
De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op een puntensysteem voor rechtsbijstand en een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het beroep (alleen niet tijdig beslissen). De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoeker.