ECLI:NL:RBDHA:2023:10550
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen afwijzing eigen asielrelaas en inwilliging afgeleide asielvergunning
Eiser heeft op 13 november 2019 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel. De staatssecretaris heeft op 13 januari 2023 deze aanvraag ingewilligd op grond van nareis, maar de asielaanvraag op basis van het eigen asielrelaas van eiser afgewezen wegens ongeloofwaardigheid.
Eiser voert aan dat hij in Sierra Leone politieke problemen had en vreest voor zijn veiligheid en een verdubbeling van zijn gevangenisstraf bij terugkeer. Hij betwist de ongeloofwaardigheid van zijn relaas en stelt dat hij onvoldoende gelegenheid heeft gehad om te reageren op het standpunt van de staatssecretaris.
De rechtbank oordeelt dat er wel degelijk een voornemen is uitgebracht in het kader van de Dublinprocedure en dat de staatssecretaris niet verplicht was een nieuw voornemen uit te brengen bij de inwilliging op grond van nareis. De motivering van de staatssecretaris over de ongeloofwaardigheid van het asielrelaas is voldoende concreet en uitgebreid. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd waarom deze motivering ontoereikend zou zijn.
Verder is geoordeeld dat eiser terecht geen documenten van zijn Pro Deo advocaat in Sierra Leone kon overleggen, maar dat dit niet afdoet aan de beoordeling van het relaas. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van zijn eigen asielrelaas bevestigd, terwijl de verblijfsvergunning op grond van nareis blijft gelden.