Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[naam 1]
[naam 3]
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen besluiten van 22 mei 2023, waarin de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling heeft genomen. De grond hiervoor was dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van deze aanvragen.
Tegelijkertijd hebben verzoekers beroep ingesteld tegen deze besluiten. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak gedaan. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummers NL23.15180 en NL23.15182), acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter C.H. de Groot en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak.