ECLI:NL:RBDHA:2023:10426
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-zaak over asielverblijfsvergunning
Verzoeker, een Nigeriaanse asielzoeker, had een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling, omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van het verzoek. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening buiten zitting en oordeelde dat, nu de rechtbank op dezelfde dag uitspraak had gedaan in de hoofdzaak, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter J.Y.B. Jansen en is onherroepelijk, aangezien tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.