Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiseres
[minderjarige 2] ,
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) van 12 mei 2022. Verweerder heeft op 22 maart 2023 alsnog een besluit genomen waarbij de aanvraag is ingewilligd en een dwangsom is toegekend. De rechtbank heeft eiseres verzocht te reageren op dit besluit, maar zij heeft geen reactie gegeven.
De rechtbank oordeelt dat nu het besluit is genomen, eiseres geen belang meer heeft bij het beroep tegen het niet tijdig beslissen en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat eiseres wegens betalingsonmacht is vrijgesteld van griffierecht en dat verweerder daarom geen griffierecht hoeft te vergoeden.
Wel wordt verweerder veroordeeld tot het betalen van een proceskostenvergoeding van €418,50 aan eiseres, omdat vaststaat dat verweerder niet tijdig heeft beslist en pas na ingebrekestelling en beroep een besluit heeft genomen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €418,50.