ECLI:NL:RBDHA:2023:10375
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens onvoldoende feitelijke gezinsband met referenten
Eisers, Syrische minderjarigen, vroegen om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij hun grootouders in Nederland, nadat hun moeder was overleden. De grootouders, referenten, hebben een verblijfsvergunning asiel. De aanvraag werd afgewezen omdat de identiteit van de overleden moeder en de feitelijke gezinsband met de referenten niet voldoende was aangetoond. Eisers stelden dat zij pleegkinderen van hun grootouders zijn, omdat hun vader na het overlijden van de moeder hertrouwd is en geen zorg meer draagt.
De rechtbank toetste ambtshalve het procesbelang en concludeerde dat dit nog aanwezig is, omdat de grootmoeder nog in Nederland verblijft. De rechtbank ging vervolgens inhoudelijk in op de vraag of eisers feitelijk deel uitmaakten van het gezin van de referenten op het moment van binnenkomst van de referenten in Nederland. Eisers konden geen officiële voogdijdocumenten overleggen en hun verklaringen waren tegenstrijdig en onvoldoende onderbouwd. Ook bleek uit verklaringen dat de vader nog betrokken is bij de opvoeding en het gezag heeft.
Verweerder heeft terecht het standpunt ingenomen dat de feitelijke gezinsband niet aannemelijk is gemaakt en dat de vader nog gezag heeft. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de aanvraag om een mvv afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende feitelijke gezinsband met de referenten.