ECLI:NL:RBDHA:2023:10324
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening verblijf op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
Verzoeker heeft een aanvraag om verblijf op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming 2001/55 EG ingediend, welke door de staatssecretaris op 20 februari 2023 is afgewezen. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt en tevens is door verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. De staatssecretaris heeft aangegeven zich niet te verzetten tegen toewijzing van de voorlopige voorziening, waardoor het verzoek kennelijk gegrond is.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek toegewezen en het bestreden besluit geschorst tot de beslissing op het bezwaar. Verzoeker mag de behandeling van het bezwaar in Nederland afwachten met recht op gemeentelijke opvang en wordt behandeld alsof hij onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming valt, inclusief vrijstelling van een tewerkstellingsvergunning.
Deze uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S. Kompier en is uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2023. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Verzoeker mag het bezwaar in Nederland afwachten met recht op opvang en tewerkstellingsvrijstelling onder de Tijdelijke Bescherming.