ECLI:NL:RBDHA:2023:10230
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-zaak over asielverblijfsvergunning
Verzoeker, een Jemenitische asielzoeker, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling, omdat op grond van het Dublin-verdrag Polen verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de asielaanvraag.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 28 juni 2023 in Groningen, waarbij verzoeker werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk aanwezig was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat gezien de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.16421) een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was en wees het verzoek daarom af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat deze niet langer noodzakelijk is.