ECLI:NL:RBDHA:2023:10224
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-betaling griffierecht
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft verzoeker een aanvraag ingediend voor toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft dit verzoek buiten behandeling gesteld. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde op grond van de Algemene wet bestuursrecht dat griffierecht betaald moet worden bij een verzoek om voorlopige voorziening. Ondanks een termijn van twee weken om het griffierecht te voldoen, heeft verzoeker dit niet gedaan en geen verontschuldiging gegeven voor het verzuim.
Daarom verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot en is uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2023.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht zonder verontschuldiging.