ECLI:NL:RBDHA:2023:10137
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar visum kort verblijf gegrond verklaard
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar tegen de afwijzing van een aanvraag om een visum voor kort verblijf. De rechtbank constateert dat de beslistermijn van zes weken door de staatssecretaris is overschreden en dat het beroep tijdig is ingediend na een rechtsgeldige ingebrekestelling.
De rechtbank bepaalt dat de staatssecretaris binnen twee weken alsnog een besluit moet nemen op het bezwaar en legt een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €7.500. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van eiser van €418,50, alsmede vergoeding van het griffierecht.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro en bevestigt de standaardpraktijk in vreemdelingenzaken omtrent dwangsommen en proceskosten bij niet tijdig beslissen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen twee weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom en veroordeling in proceskosten.