ECLI:NL:RBDHA:2023:10007
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep na volledige tegemoetkoming bezwaar kindgebonden budget 2019
Eiseres had bezwaar gemaakt tegen de herziening van het kindgebonden budget over 2019, waarbij het budget op nihil was gesteld en een terugvordering van €1.112 werd opgelegd. Na een eerste ongegrondverklaring van het bezwaar door verweerder, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank Den Haag.
Verweerder kwam vervolgens met een herziene beslissing op bezwaar waarin het bezwaar van eiseres volledig werd gehonoreerd en het kindgebonden budget werd vastgesteld op €1.069. Tevens werd een vergoeding van €597 voor de kosten van rechtsbijstand toegekend. De rechtbank behandelde het beroep en concludeerde dat het beroep feitelijk alleen betrekking had op het jaar 2019 en dat het bestreden besluit 1 was vervangen door het bestreden besluit 2.
Omdat verweerder met de herziene beslissing volledig tegemoet was gekomen aan de bezwaren van eiseres, had eiseres geen belang meer bij de inhoudelijke beoordeling van het beroep. De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten in beroep van €837.
De uitspraak werd gedaan door rechter M. van Nooijen en griffier H.J. Habetian op 13 juli 2023. Eiseres kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat verweerder het bezwaar volledig heeft gehonoreerd en proceskosten worden aan eiseres vergoed.