Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres] , geboren op [1985] , V-nummer: [V-nummer 1] , eiseres
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Beslissing
Overwegingen
Hoorplicht
Rechtbank Den Haag
Eisers, een ongehuwde partner en haar zoon, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf aan om bij de referent in Nederland te verblijven. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat sprake was van een duurzame en exclusieve relatie vergelijkbaar met een huwelijk, noch dat eiseres het gezag over haar zoon had.
Eisers voerden aan dat zij ten onrechte niet zijn gehoord, terwijl dit volgens hen noodzakelijk was voor een zorgvuldige besluitvorming. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht had geconcludeerd dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen had, mede omdat de aanvullende verklaring van de referent geen nieuwe informatie over de relatieontwikkeling gaf.
De rechtbank benadrukte dat het aan eiseres is om de aanvraag voldoende te onderbouwen en dat verweerder niet verplicht is om onvoldoende onderbouwde stellingen door middel van een hoorzitting te onderzoeken. Er was geen sprake van schending van de hoorplicht of het zorgvuldigheidsbeginsel.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd mondeling gedaan op 31 januari 2022 en gepubliceerd op rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.