ECLI:NL:RBDHA:2022:9918
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek homoseksuele Koerdische man uit Turkije wegens ontbreken gegronde vrees
Eiser, een Turkse staatsburger geboren in 1997, diende op 25 april 2022 een asielaanvraag in Nederland in met het argument dat hij vanwege zijn homoseksualiteit en Koerdische afkomst problemen ondervindt in Turkije. De staatssecretaris wees de aanvraag op 10 juni 2022 af als ongegrond, waarbij werd aangenomen dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging heeft en ook geen reëel risico op ernstige schade bij terugkeer.
In het beroepsproces stelde eiser dat hij bedreigd wordt door zijn vader en vreest voor uitzetting en mishandeling. Hij overhandigde WhatsApp-gesprekken, audio-opnames en rapporten over de homofobe situatie in Turkije. De rechtbank erkent de pijnlijke situatie van eiser, maar concludeert dat het niet aannemelijk is dat zijn vader daadwerkelijk geweld zal gebruiken, mede omdat eiser eerder zonder problemen bij zijn tante kon verblijven en zelfs terugkeerde naar het ouderlijk huis.
Verder is onvoldoende bewezen dat eiser zich niet elders in Turkije kan vestigen of geen bescherming kan krijgen van de Turkse autoriteiten. Homoseksualiteit is legaal in Turkije en hoewel het klimaat niet ideaal is, kunnen problemen deels worden ontlopen door te verhuizen naar grote steden. De rechtbank oordeelt dat eiser geen aanspraak maakt op internationale bescherming en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een gegronde vrees voor vervolging of ernstig risico bij terugkeer naar Turkije.