ECLI:NL:RBDHA:2022:9913
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op aanvullende compensatie toeslagenaffaire wegens maximale reeds ontvangen compensatie
Eiseres, werkzaam als stewardess, ontving kinderopvangtoeslag over 2005-2010, waarvan de toeslag over 2006-2010 werd teruggevorderd wegens niet-geregistreerde gastouderopvang. Zij betaalde dit volledig terug. In het kader van de toeslagenaffaire zijn herstelregelingen ingesteld om gedupeerden te compenseren. Eiseres vroeg herbeoordeling en aanvullende compensatie, maar de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT) concludeerde dat zij niet betrokken was bij institutionele vooringenomenheid en kende een hardheidstegemoetkoming toe.
De Belastingdienst stelde dat eiseres reeds de maximale compensatie had ontvangen, wat werd bevestigd door de Commissie van Wijzen en de rechtbank. Eiseres voerde aan dat zij niet volledig was gecompenseerd voor 2010 en onduidelijkheid bestond over verrekeningen, maar de rechtbank oordeelde dat de compensatieberekening juist was en dat het voorschot van 2010 volledig was gecompenseerd via verrekeningen.
De rechtbank ging niet in op de juistheid van de terugvordering over 2005, noch op klachten over dossierfouten of mediationtrajecten, omdat deze niet relevant zijn voor de hoogte van de compensatie. Ook een verzoek tot compensatie van verrekeningen met andere toeslagen werd afgewezen omdat daarvoor nog geen regeling bestaat. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres op aanvullende compensatie wordt ongegrond verklaard omdat zij reeds de maximale compensatie heeft ontvangen.