ECLI:NL:RBDHA:2022:9734
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling verdachte voor doodslag met oplegging gevangenisstraf en TBS
De rechtbank Den Haag heeft op 28 september 2022 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte, die werd verdacht van moord en doodslag op het slachtoffer. Na onderzoek en behandeling van het dossier oordeelde de rechtbank dat voorbedachte rade ontbrak, waardoor moord niet bewezen kon worden verklaard. Wel werd vastgesteld dat de verdachte het slachtoffer met een groot keukenmes in de linkerschouder heeft gestoken, wat leidde tot het overlijden van het slachtoffer.
De rechtbank stelde dat de verdachte voorwaardelijk opzet had, omdat zij bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat haar handeling dodelijk letsel zou veroorzaken. De verdachte verkeerde tijdens het incident in een emotionele gemoedstoestand en onder invloed van alcohol. De deskundigen concludeerden dat de verdachte leed aan een borderline-persoonlijkheidsstoornis en ernstige alcoholverslaving, waardoor het delict in verminderde mate aan haar kan worden toegerekend.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van vijf jaar op, met aftrek van de tijd in voorarrest, en de maatregel van terbeschikkingstelling (TBS) met dwangverpleging. Tevens werd de verdachte veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €19.597,72 aan de moeder van het slachtoffer, inclusief wettelijke rente en een schadevergoedingsmaatregel. De gijzeling bij niet-betaling werd vastgesteld op één dag vanwege betalingsonmacht.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging wegens doodslag met keukenmes.