ECLI:NL:RBDHA:2022:9664
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening na besluit op bezwaar verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag buiten behandeling gesteld bij een besluit van 31 maart 2022. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
Op 27 mei 2022 heeft de staatssecretaris het bezwaar inhoudelijk beslist. Omdat het bezwaar inmiddels is afgehandeld en er geen beroep is ingesteld binnen de daarvoor geldende termijn, is er geen bezwaar of beroep meer aanhangig. Volgens artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is een verzoek om een voorlopige voorziening alleen ontvankelijk indien er een bezwaar of beroep aanhangig is.
De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek om een voorlopige voorziening daarom kennelijk niet-ontvankelijk is. Er bestaat geen grond voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar reeds is beslist en er geen beroep is ingesteld.